Onderwijsvernieuwer Peter Criellaard

‘Verantwoordelijkheid nemen, denkvaardigheden, netwerken en communicatie, dat zijn voor mij belangrijke 21st Century Skills’

peter 1Peter Criellaard (57) maakte 25 jaar geleden de overstap van het bedrijfsleven naar het onderwijs, ‘op het moment dat er mondjesmaat iets met ICT stond te gebeuren in het onderwijs’. Peter is voor Zadkine verantwoordelijk voor de externe betrekkingen en de vertaalslag naar interne en externe activiteiten in het kader van Veiligheid, Logistiek en ICT. Daarnaast adviseert hij het onderwijs en het bedrijfsleven in het nieuwe leren.
Het bedrijfsleven heeft hij nooit losgelaten en deze netwerker gebruikt zijn contacten om het onderwijs goed aan te laten sluiten bij wat het bedrijfsleven vraagt. Bijvoorbeeld in het ontwikkelen van leerarrangementen en de opleiding Human Technology bij Zadkine, die hij opzette en nu voor het tweede jaar loopt.  

We spreken deze onderwijsvernieuwer twee keer. Een keer gewoon rond een tafel. De tweede keer telefonisch terwijl hij onderweg is naar weer een presentatie ergens in het land. Voor hem dé verworvenheid van het nieuwe werken: altijd en overal bereikbaar zijn en zo je tijd nog efficiënter kunnen inzetten.

Wat zijn voor jou 21st Century Skills?
“Dat zijn vooral denkvaardigheden; de vaardigheid om uit de brij van beschikbare informatie in te schatten wat correct en bruikbaar is en die om te zetten in handelen. Bovenaan staat het nemen van verantwoordelijkheid. Dat is ook de kern van ‘het nieuwe werken‘, zelf de regie voeren over je agenda. In onze opleiding brengen we dat onze studenten bij, daar moet je ze op deze leeftijd in begeleiden. Ook netwerken is er één en communicatie. Continu elkaar beïnvloeden en feedback geven, proberen het vanuit de positieve kant te benaderen, dat is nodig om te zorgen dat iedereen op het juiste spoor blijft zitten.“

Wat zijn jouw eigen 21st Century Skills?
“Bij mij hangt dat heel erg aan het nieuwe werken: het overal verbonden en bereikbaar zijn, geeft een enorme efficiencywinst. Ik ben een netwerker, ik leg snel verbindingen, ook door organisaties en branches heen. Ik houd van korte lijnen, snelle reactietijden en oplossingen bedacht in co-makership van partijen. Samen ontwikkelen, niet eerst een pakket van eisen formuleren, tien keer vergaderen en dan pas beginnen, maar met elkaar gaandeweg tot doelen komen. Daarvoor moet er veel communicatie zijn, dat voorkomt dat je te lang op een verkeerd spoor doorgaat. Natuurlijk beschik ik over goede ICT vaardigheden, dat is geen doel maar een voorwaarde. Chatfaciliteiten inzetten maakt het contact laagdrempeliger en sneller. Ten slotte zit het ook in mijn werkhouding, een prikklokmentaliteit past niet bij het nieuwe werken.”

Hoe zit dat met de 21st Century Skills van jouw eigen, volwassen, kinderen?
“Mijn kinderen zetten heel verschillende competenties in. De een zet het vooral in om kennis te vergaren, binnen een minuut kan zij alle relevante informatie ophoesten. De ander heeft in zijn werk veel processen geautomatiseerd. Dat geeft efficiency en een kwaliteitsslag.
Ik zie niet dat zij meer 21st Century Skills gebruiken dan ik zelf en in mijn optiek zijn zij geen uitzondering. De generatie 30- en 40-jarigen heeft geen achterstand op mensen die net van school komen. Die jongere mensen moeten juist nog veel leren in het omzetten van hun vaardigheden naar een professionele setting. Het gaat dan bijvoorbeeld om de toonzetting in communicatie. Er is steeds minder onderscheid in het gebruik van sociale media privé of zakelijk. Ik heb zelf geen probleem met het gebruik van Whatsapp voor zakelijke doeleinden en ook de chatfunctie in MS office wordt veel gebruikt Het wordt steeds breder verspreid. Er is structuur nodig om verschillende mensen uit verschillende branches te verbinden en dat kan nu door deze media makkelijker en ook over grenzen heen.”

Past het aanbieden van de 21st Century Skills in het huidige onderwijsstelsel?
“Er moet iets veranderen. Ik probeer zaken altijd te benaderen vanuit de waarom-kant. Zo zijn we nu bezig met het intensiveren van het onderwijs in het MBO, van 4 naar 3 jaar. Dat maakt mensen huiverig. Maar vanuit de waarom-kant gedacht kom je tot andere oplossingen. De reden voor de roep om intensivering is dat studenten aangeven weinig voor hun diploma gedaan te hebben, bijvoorbeeld. Bovendien moet het MBO een betere route worden om naar het HBO te gaan.
Om dat mogelijk te maken, moet de student meer buiten de school doen. Ik zie veel in het fenomeen flipping the classroom: thuis de lessen bekijken via het internet en die leerstof op school in de klas omzetten in handelen. Het HBO juicht want deze MBO-ers zijn meer gewend om zelf te leren. We zetten de studenten op de route dat het leren na school niet ophoudt. We leren ze de vaardigheden om kennis te ontsluiten, die is er veel meer buiten dan binnen de school.
Het is een omslag. Vaardigheden die jongeren al hebben met sociale media maakt ze niet zomaar vaardig in hoe die te benutten in het bedrijfsleven, dat laten we ook liggen in het onderwijs. Nog steeds moeten in de klas communicatiemiddelen uit. We moeten durven gebaande wegen los te laten. Het bijbrengen van denkvaardigheden, dat is nu de taak van scholen.”

zadkine 1Human Technology is een opleiding waarin alles anders gaat, hoe anders?
“Human Technology moet een nieuwe generatie technici opleiden. Het zijn 16- en 17-jarigen, MBO niveau 4. Techneuten hebben lang gedacht vanuit de techniek en niet vanuit de mensen die het gebruiken. Dat zijn dan technische mensen zonder de competenties om in gesprek te gaan met de gebruikers. En dat terwijl technologie op alle terreinen oprukt. Er is een grote groep jongeren met voldoende creativiteit en innovativiteit, ook veel meiden. Zij moeten de vaardigheden en kennis verwerven om met mensen om te gaan en de vertaalslag van techniek naar gebruikers te maken. Techniek is niet leidend, maar helpt en gaat over branchegrenzen heen. Denk aan toepassingen in de zorg, de industrie en de bouw. Het huis van de toekomst is allang geen toekomstmuziek meer.
We werken nauw samen met het bedrijfsleven en andere organisaties die met authentieke opdrachten komen en moeten participeren. Zij doen mee in het ontwikkelproces. Ze kunnen altijd bij ons binnenlopen en bij ons experimenteren. Onze leeromgeving is daarop aangepast. We hebben een experimentele ruimte gecreëerd die we aan kunnen passen aan waar we op dat moment mee bezig zijn.
Het onderscheidende in ons didactisch model is de driehoek docent-student-bedrijfsleven. Bij ons is de docent ‘meewerkend voorman’, hij of zij groeit mee met de ontwikkeling en hoeft niet eerst op cursus om het zelf beter te weten en dan de kennis over te dragen. Van de studenten vragen we een lerende werkhouding; een veel actievere rol dan zij gewend zijn. Het rooster is niet leidend maar hun agenda. Zij moeten zelf afspraken maken, ook onderling. Ze moeten vier dagen naar school komen en de vijfde dag kunnen ze zelf inrichten; ook van een bijbaan kunnen ze enorm veel leren. Leren is immers niet beperkt tot de school.
Het eerste jaar hadden we 22 studenten, het tweede jaar kwamen er weer 25 bij. De groei zit er goed in. Komend schooljaar willen we twee eerste-jaarklassen starten. Hoewel onze studenten straks op het snijvlak van verschillende vakgebieden moeten kunnen werken, moeten ze wel de techniek in willen; iemand die welzijn heeft gekozen past niet zo goed in deze opleiding. Deze vorm van opleiden kan wel als inspiratie dienen voor opleidingen in andere sectoren. Niet door het format te kopiëren dan ben je niet vernieuwend bezig, maar veel aspecten zijn ook in andere opleidingen te gebruiken.
We hebben gekozen voor een pragmatische opzet. We zijn niet uitgegaan van een bestaand of nieuw didactisch model op papier maar hanteerden een scrum-achtige ontwikkelmethode.”

In Nederland kennen we veel regels en moeten opleidingen voldoen aan eindtermen, hoe is dat bij Human Technology gewaarborgd?
“Dat is een gevecht. Einddoelen zijn nu omgezet in werkprocessen en kerntaken. Onderwijs is niet meer te programmeren in ‘dit gaan we in 3 jaar doen’. Een prikklokmentaliteit past niet bij ‘het nieuwe werken’ en ook niet bij de student Human Technology. Wat wij zien is dat onze studenten weer met een lach naar school komen. De leeropbrengsten verbeterden exponentieel. TU Delft zocht samenwerking met ons voor projecten die op onderdelen door MBO-ers kunnen worden uitgevoerd. Zij troffen studenten met een geïnteresseerde houding die de juiste vragen stelden. Onze studenten komen allemaal naar school omdat ze iets willen leren. Volgend jaar zullen de eerste studenten hun opleiding afronden, dan weten we hoe de opleiding het doet, maar het gaat de goede kant op. Zoals een kunstenaar zijn deze studenten al bezig een portfolio op te bouwen, dat zegt meer dan alleen maar een diploma. Ze krijgen ook de nodige kennisvakken, op het moment dat het past in de processtappen van het project. De toetsmomenten zitten in die projecten en het oordeel van de opdrachtgever. Onze studenten leren andere technische vaardigheden dan voorheen. Naar vaardigheden op MBO-niveau als het kunnen monteren van elektronische apparaten is in Nederland ook niet meer zoveel vraag. Maar de HT’er heeft wel het vermogen om systemen aan elkaar kunnen koppelen”

Is er veel financiële ruimte voor een opleiding als Human Technology?
“Nee. Je moet het ook niet zoeken in het aanschaffen van allerlei dure apparatuur. Boeken gebruiken we steeds minder, die bewegen niet mee, laten geen video’s zien. Het overbrengen van boekenkennis is tweedehands, dat werkt niet meer bij studenten van nu, dat is geen reden om naar school te komen. Tablets en 3D printers, dat zijn tools, we hebben ze wel nodig. Maar ik vind dat die niet centraal moeten staan. Organisaties en bedrijven die bij ons een project willen laten doen, interesseren we in deze manier van opleiden, ook zij moeten een houding van een leven lang leren krijgen. We zetten dus vooral in op samenwerking.”

Verantwoordelijkheid nemen, communicatie, samenwerken, denkvaardigheden, die 21st Century Skills zie je terug in de opleiding Human Technology. Zijn de studenten en ook de docenten allemaal geschikt om deze omslag in het opleiden te maken?
“Iedere leerling heeft een andere manier van leren. Dat neemt niet weg dat de huidige maatschappij vraagt om ICT-vaardigheden, anders loop je tegen problemen aan. Als je kijkt naar wat er voor beroepen in Nederland zijn, wordt dat vrijwel altijd verwacht van mensen. Onze studenten moeten de eerste maanden wennen aan de actievere rol die van ze wordt gevraagd en hun eigen verantwoordelijkheid nemen, maar dat lukt goed.
Voor ouders is het ook wennen. Het probleem is dat zij het onderwijs nog steeds met hun eigen onderwijs vergelijken. Zij willen rapportcijfers zien maar dat zit nu anders in elkaar. De rol van de ouder zou moeten zijn dat zij het maatschappelijke nut zien van waar de kinderen mee bezig zijn, input geven voor projecten, hun eigen levenservaring delen.
Of iedere docent het aankan om op deze manier les te geven? Nee! Dat is een pijnpunt. Dat is geen verwijt aan docenten. Het zit in hun opleiding, waar ze leren dat ze eerst alles zelf moeten weten. Nu moeten ze mee-ontwikkelen. Dat vergt een andere houding en de docent moet zich dus heel kwetsbaar opstellen. Voor het project Wilhelminapier wilden we gebruik maken van de techniek van augmented reality. Dan organiseren we sessies waarin deskundigen over die techniek komen vertellen en zitten niet alleen de studenten maar ook de docenten en de klant, de hele driehoek dus, samen in de klas.
Wij merken dat er nu veel meer respect is tussen leerlingen en docenten. Bij de docent is er minder stress omdat hij bang is ontwikkelingen niet snel genoeg te kunnen volgen. Studenten hebben nu eenmaal een hogere adoptiesnelheid van nieuwe technologieën. De docent brengt zijn levenservaring mee om die om te zetten in bruikbare toepassingen, dat is zijn meerwaarde.
In het hele transitieproces van het onderwijs is het belangrijk om dat niet van bovenaf op te zetten, maar met docenten over dit soort zaken te praten. Ze enthousiast maken de overdracht van kennis op een andere manier te doen, ermee aan de slag te gaan, learning-by-doing. Dan zullen ze merken dat de student ineens wel geïnteresseerd is.”

Wilt u meer weten over 21st century skills?

Neem dan contact met ons op: Telefoon: 033-4569853 E-mail: info@it-randsteden.nl Auteur: Ingrid Voet, TekstIng
© copyright: Op de teksten en foto's van de serie 21st Century Skills rust copyright. Niets mag op welke wijze dan ook worden overgenomen, verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt zonder toestemming van IT-Randsteden en de auteur.